For English click here
De PRAETORIAN DFT studie toont dat bij patiënten waar de PRAETORIAN score was berekend in plaats van de DFT, de S-ICD ook goed werkte.
Achtergrond
Wanneer patiënten een verhoogd risico hebben op plotse hartdood door een hartritmestoornis, krijgen zij een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD). Een subcutane ICD, ook wel S-ICD genoemd, is een type ICD waarbij de elektrode (de draad) vlak onder de huid wordt geplaatst in plaats van direct in het hart. Tijdens of kort na de implantatie van de S-ICD wordt een defibrillatietest (DFT) uitgevoerd. Hierbij wordt de patiënt onder narcose gebracht en een levensbedreigende hartritmestoornis opgewekt. Zo test de arts of de S-ICD de stoornis succesvol kon stoppen met een elektrische schok. Hoewel effectief, brengt zo’n test extra risico’s, met zich mee.
Studieopzet
Onderzoekers van het Amsterdam UMC bedachten daarom een alternatief: de PRAETORIAN score. Dit is een puntensysteem waarbij op basis van standaard röntgenfoto’s na de operatie de positie van de S-ICD en de draad wordt gecontroleerd. Ligt alles optimaal (een score onder de 90), dan is de verwachting dat de S-ICD in vrijwel alle gevallen de ritmestoornis goed opmerkt en kan stoppen. De PRAETORIAN DFT studie werd opgezet om te onderzoeken of deze score de DFT inderdaad kan vervangen. Hiervoor werden 965 patiënten willekeurig verdeeld over twee studiegroepen. De helft (482 patiënten) kreeg de DFT, voor de andere helft (483 patiënten) werd de PRAETORIAN score toegepast op de röntgenfoto’s. De patiënten werden 40 maanden (bijna 3,5 jaar) intensief gevolgd. Aan deze studie deden 37 ziekenhuizen in Europa, de Verenigde Staten en het Midden Oosten mee.
Belangrijkste studieresultaten
De PRAETORIAN DFT studie heeft aangetoond dat bij patiënten waar de PRAETORIAN score was berekend in plaats van de test, de S-ICD ook goed werkte. Wanneer patiënten in het dagelijks leven een levensbedreigende ritmestoornis kregen, werkte de eerste shock van de S-ICD net zo goed als bij patiënten waar wel een defibrillatietest was gedaan. Daarnaast hadden patiënten waarbij de DFT was overgeslagen minder last van complicaties die gerelateerd waren aan de implantatie procedure. Er was geen verschil in de overlevingskans tussen de groep met en zonder DFT.